Terugkijkend op die periode van baby naar kind op school is er een zelfbeeld ontstaan. Het zelfbeeld is het beeld dat iemand van zichzelf heeft en is van grote invloed op het functioneren in het dagelijks leven. Het aardige is dat het zelfbeeld mede gevormd wordt door het beeld dat een ander van jou heeft. Daar wordt de basis gelegd voor zelfbeeld en welbevinden, geloof en plezier in eigen kunnen en de mate van zelfvertrouwen. Deze ontwikkelingsaspecten zijn terug te vinden in de drie psychologische basisbehoefte: autonomie, relatie en competentie (Stevens 2002).
Vooral de autonomie is een belangrijke behoefte van de ontwikkeling om zelf iets te kunnen en verantwoordelijkheid te nemen voor eigen handelen. Wanneer gevoelens van onzekerheid, mislukken te veel voorkomen neemt de onveiligheid toe. Als we te hoge verwachtingen hebben van onze kinderen, kan dat emotionele schade opleveren (bv. er ontstaat te weinig autonomie omdat het kind zonder de hulp van de opvoeder niet verder durft). Die kinderen vragen voortdurend om bevestiging, tonen weinig durf en blijven afhankelijker van hun omgeving.
Als we te lage verwachtingen hebben van onze kinderen, kan dat ook emotionele schade opleveren. Die kinderen wordt niet meer uitgedaagd en ervaren weinig betrokkenheid in groei door hun opvoeder. Die kinderen worden klein gehouden, mogen niet veel en kunnen initiatiefloos worden.
Kinderen met een gezonde emotionele ontwikkeling, zijn nieuwsgierig, tonen durf en initiatief tot zelf (uit)proberen. Ook zullen ze 'zelfstandiger' overkomen.
Het sociale aspect van het zelfbeeld betreft de behoefte aan relatie. Hier wordt de basis gelegd in de omgang met ouders, eventuele broertjes en zusjes, andere familieleden en vriendschappen.
Zo blijkt uit recent onderzoek, zie ook filmpje, dat 4-5 jarigen in staat zijn tot bewustwording van het feit dat anderen ook gedachten hebben, m.a.w. ze kunnen vanuit het perspectief van de ander dingen beschouwen. Deze ontwikkeling is essentieel voor kinderen om vriendjes en vriendinnetjes te hebben en te behouden. Het voorspelt zelfs de mate van geliefd zijn in de groep. Het mooie van deze ontwikkeling is dat opvoeders deze ontwikkeling positief kunnen beïnvloeden. Je moet dan wel weten hoe je dat doet. Het filmpje hieronder laat enkele aspecten van ToM zien!
(bron youtube:Theory of Mind)
Naast autonomie en relatie is competentie een basisbehoefte. Hiermee komen ook de cognitieve aspecten van het zelfbeeld aan bod. Competent zijn betekent: geloof en plezier in eigen kunnen. Door succeservaringen bv. bij het leren wordt de competentie positief gevoed. In de kleuterperiode zijn kinderen voortdurend bezig met 'nieuwe' dingen ontdekken, ook motorisch. En eigenlijk hoort die ontwikkeling natuurlijk gewoon door te gaan...leren lezen, schrijven, rekenen enz.
Opvoeders moeten kinderen kansen bieden zich te ontwikkelen, in relatie en gericht op het gevoel bekwaam te zijn of te worden in de dingen die kinderen doen en leren. Hier hoort ook het lichamelijke aspect bij, het laatste onderdeel van het concept zelfbeeld.
In een tijd waarin kinderen dikker worden kan die ontwikkeling, naast allerlei lichamelijke belemmeringen, wellicht ook het zelfbeeld negatief beïnvloeden. Dit is echter geen uitgesproken zaak. Lees het artikel op kennislink maar eens: Waarom is dit kind te dik?
Omgekeerd kun je wel zeggen dat je bekwaam voelen op motorisch gebied, een sport, schrijven, bouwen, knippen en plakken, puzzelen, computer spelletje enz. en zo succeservaringen opdoen, kan bijdragen aan een positief zelfbeeld.
Een positief zelfbeeld zegt het al: als ik in de spiegel kijk ben ik dat: een TOPPIE!
Een negatief zelfbeeld zegt het al: als ik in de spiegel kijk, ben ik dat: een NOPPIE!
Maar ook hier ligt nieuw opvoedgevaar op de loer: Een te positief zelfbeeld, je zou juist denken, dat geldt als de hoogste psychologische wijsheid voor kinderen, kan juist leiden tot agressie.
S. Thomaes, ontwikkelingspsycholoog aan de Vrije Universiteit, onderzocht in 2007 agressieve kinderen. Het beeld dat agressie zou ontstaan door een laag zelfbeeld, blijkt niet juist te zijn. Agressieve kinderen hebben juist een opgeblazen, overdreven positief zelfbeeld van zichzelf.
Op het moment dat die 'narcistische trots' gekrenkt wordt, ontploffen ze.
Naast intelligentie is agressie een persoonlijkheidskenmerk dat opmerkelijk stabiel is. De meeste agressieve volwassenen hadden als kind al losse handjes (Bron: Volkskrant, februari 2007).
Die kinderen zijn, in tegenstelling tot de normale ontwikkeling van 4-5-6 jarigen, juist onvoldoende in staat zich in een ander in te leven of hebben dat in hun opvoeding (nog) onvoldoende geleerd.
Het is belangrijk kinderen positief te stimuleren en hier en daar schouderklopjes uit te delen, maar het moet wel reeël zijn en in verhouding tot de prestatie. Kortom niet positief, niet negatief maar realistisch! Weer wat geleerd!