|
|||
"Monotropy is the suggestion that children are genetically programmed to form attatchments to a single care giver and that it is important for healthy emotional development." En zo werd ik opgevoed met de toengeldende ideeën over opvoeding, netzoals vele kinderen in de jaren 60: met de opkomst van de tv (zwart-wit), met ruimte in de omgeving, met veel minder prikkels en tussen trotse moeders en hun kroost, waar in de weekenden de vaders en opa's en oma's bij kwamen. En laten we Pipo niet vergeten! ![]() |
Maar vanaf de tijd, de jaren zeventig, dat in onze Westerse maatschappij steeds meer de nadruk op werken kwam te liggen, -werken om mee te doen, werken om meer geld te verdienen, werken om carriëre te maken, werken om mee te kunnen doen in onze consumptiemaatschappij-, zijn opvangplaatsen voor jonge kinderen toegenomen. Ook veranderde het opvoedaccent van de R's en L's naar creativiteit en ontplooing. Hiermee werd ook direct weer de discussie over het opvoeden van kinderen door anderen aangezwengeld en de mogelijke gevolgen daarvan. Ondanks een verschuiving in theorieën over de wijze waarop kinderen zich ontwikkelen, is het in de huidige praktijk nog steeds zo dat vooral de moeders voor het kind zorgen en de vaders werken. Is er dus eigenlijk wel zo veel veranderd? Naar de crêche of opa en oma? Als anderen het kind mede opvoeden hoeft dat geen probleem te zijn, zolang aan deskundige en kwalitatieve opvoedvoorwaarden voldaan wordt. Want wat alle onderzoeken in feite aantonen, is dat de hoeveelheid tijd niet doorslaggevend is voor 'goede' opvoeding. De kwalitatieve tijd -wat doe je in de tijd met het kind als opvoeder- blijkt meer bepalend te zijn. Het bepaalt dus ook het verschil tussen wat 'goed en minder goed' is. Kinderopvang zat er in mijn peutertijd niet in. De babygeneratie uit die tijd moest het vnl. doen met hun moeders, de kinderen in de buurt en hun (directe) omgeving. Vakantie in Zeeland hoorde daar, gelukkig voor mij, ook bij.
|
||