4. Van Monotropy naar kinderopvang

 

Findings form animal studies were a powerful influence on Bowlby's thoughts. He suggested too that there was a critical period for the development of attachments between infant and care giver. According to Bowlby infants display an innate tendency to become attached to one particular individual. He called this monotropy. He suggested this tendency was qualitatively different from any subsequent attachment a child might form. However, he did not suggest monotropy was absolute but that the child has a hierarchy of attachments.

Bowlby thought that if a child was deprived of their mother between 6 months and five years of age then this would lead to difficulties in later life. They would be unable to form attachments with others and would be likely to turn to crime. He termed this as his maternal deprivation hypothesis. Bowlby suggested that separation experiences in early childhood caused affectionless psychopathy. This is the inability to have deep feelings for other people and, therefore, the lack of meaningful personal relationships.

Erik van der Pol
®

Toen ik geboren werd, ik ben de oudste in de rij, kostte een huis 10.000 gulden. Ik groeide op in een rijtjeshuis - we woonden op een hoek- , met rijtjesburen, die ook net hun eerste huis hadden gekocht en een gezin begonnen. De inrichting was sober. Als één van de oudste (klein) kinderen genoot ik van de aandacht. Mijn moeder was thuis en mijn vader werkte. Zo was dat. Vanuit diverse theorieën werd toen gedacht dat het beter voor het kind was als de moeder thuis was. Immers de band met moeder was essentieel. Ook Bolwby ging daarvan uit. Hij heeft het over 'Monotropy'. Moeders met carriëreplannen waren in die tijd niet populair. Voortschrijdend inzicht laat zien dat de inzichten over de hechtingstheorie, eerst voorbestemd aan de moeder, niet zo eenzijdig gezien moeten worden.

 

"Monotropy is the suggestion that children are genetically programmed to form attatchments to a single care giver and that it is important for healthy emotional development."

En zo werd ik opgevoed met de toengeldende ideeën over opvoeding, netzoals vele kinderen in de jaren 60: met de opkomst van de tv (zwart-wit), met ruimte in de omgeving, met veel minder prikkels en tussen trotse moeders en hun kroost, waar in de weekenden de vaders en opa's en oma's bij kwamen. En laten we Pipo niet vergeten!

Onze digitale jaren 60 hoek.

Maar vanaf de tijd, de jaren zeventig, dat in onze Westerse maatschappij steeds meer de nadruk op werken kwam te liggen, -werken om mee te doen, werken om meer geld te verdienen, werken om carriëre te maken, werken om mee te kunnen doen in onze consumptiemaatschappij-, zijn opvangplaatsen voor jonge kinderen toegenomen. Ook veranderde het opvoedaccent van de R's en L's naar creativiteit en ontplooing.

Hiermee werd ook direct weer de discussie over het opvoeden van kinderen door anderen aangezwengeld en de mogelijke gevolgen daarvan. Ondanks een verschuiving in theorieën over de wijze waarop kinderen zich ontwikkelen, is het in de huidige praktijk nog steeds zo dat vooral de moeders voor het kind zorgen en de vaders werken. Is er dus eigenlijk wel zo veel veranderd?
Er zijn wel meer opvangmogelijkheden: crêches, peuterspeelzalen of opa's en oma's, en net zoveel onderzoeken om te kijken wat wenselijk en goed is voor het kind.

Naar de crêche of opa en oma?
Is een crêche slecht voor de ontwikkeling?
Feedbackonderzoek Effect Kinderopvang.

Als anderen het kind mede opvoeden hoeft dat geen probleem te zijn, zolang aan deskundige en kwalitatieve opvoedvoorwaarden voldaan wordt. Want wat alle onderzoeken in feite aantonen, is dat de hoeveelheid tijd niet doorslaggevend is voor 'goede' opvoeding. De kwalitatieve tijd -wat doe je in de tijd met het kind als opvoeder- blijkt meer bepalend te zijn. Het bepaalt dus ook het verschil tussen wat 'goed en minder goed' is.
Problematisch wordt het als de ouder minder opvoedbagage heeft en de kinderopvang ook minder kwaliteit in huis heeft. Als kind loop je dan een risico, maar hoe dat zal uitpakken, ook dat blijft nog maar de vraag. Wel is het zo dat kinderen die op jonge leeftijd agressie vertonen, dat op latere leeftijd vaak ook vertonen (voorspelbaarheid).

Kinderopvang zat er in mijn peutertijd niet in. De babygeneratie uit die tijd moest het vnl. doen met hun moeders, de kinderen in de buurt en hun (directe) omgeving. Vakantie in Zeeland hoorde daar, gelukkig voor mij, ook bij.

 

3 jaar, op vakantie in Zeeland