Ik loop al een tijdje met wat opvoedgedachten rond. Het lijkt me leuk een serie columns over het pure opvoeden te schrijven. Een serie die start met de geboorte en ophoudt bij...... tja dat is heel verschillend. Want als kinderen het nest verlaten en later zelf weer kinderen krijgen, gaat het opvoeden 'gewoon' weer verder. Om de columns te voozien van wat praktische verhalen, zal ik mijn eigen herinneringen en illustraties toevoegen. Dat zal hier en daar zeker beperkt zijn, zoals iedere vorm van opvoeden context gebonden is. Opvoeden wordt door 'cultuur en tijd' bepaald, waarin iedere opvoeder eigen bagage meeneemt. Eigen bagage die is opgedaan in een bepaalde tijd en in een bepaald gezin in een bepaalde omgeving... Dit gegeven maakt de diversiteit van opvoeden echter ook juist zo boeiend.
Wanneer start het opvoeden? Bij de geboorte? Ik denk dat opvoeden start in het hoofd van de opvoeders, zelfs al ver voor de geboorte. De techniek maakt het mogelijk voor de geboorte het geslacht te weten te komen. De techniek maakt het mogelijk om 'foutjes' in de genen in een vroegtijdig stadium te onderzoeken. Techniek maakt het mogelijk vroeggeborenen nog eerder in leven te houden. Die mogelijkheden, vergelijk het met mijn babytijd (jaren 60), zorgen dat er nog maar weinig verrassingen zijn. Opvoeden wordt steeds meer bepaald door het maken van keuzes. Keuzes die in de tijd voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn vanwege bv. nieuwe technische mogelijkheden. Naast die mogelijkheden wordt het opvoeden tegen het licht gehouden van de verwachtingen van de opvoeding die men zelf wil geven en de opvoeding die men zelf heeft genoten. Gaat het economisch gezien goed dan worden, zo denkt men, meer kinderen geboren. Weet u trouwens hoeveel kinderen er in Nederland per jaar worden geboren? Doe een gok en kijk dan hier.
Trekken we die denktrend door dan is crisistijd minder gunstig voor het krijgen van kinderen.
Immers opvoeden start in het hoofd van de opvoeders, met hun verwachtingen en hun idealen over het nog ongeboren kind. Iedere ouder heeft wel zo zijn verwachtingen. Dat was vroeger zo en die verwachtingen zijn m.i. alleen nog maar toegenomen.
Zo was het zoeken naar namen, gaan we wel of niet vernoemen, in mijn babytijd een hot issue. Vernoemen was heel gewoon en ook zeer wenselijk als eerbetoon aan opa's en oma's. Ook werd op die manier de familie in namen a.h.w. in stand gehouden. Hele hordes Jannen, Joosten en Anna's en Ada's (van Aartje) werden er geboren, vernoemd naar... enz.
Terugkomend op die techniek heb ik nog een mooi verhaal van mijn ouders gehoord, dat tegenwoordig door vooruitgang in techniek en ervaring niet zo snel meer zal gebeuren. |
De techniek maakt het nu zelfs mogelijk dat een vrouw van een achtling kan bevallen. Toch vervelend als je op één had gerekend: "borstvoeding met verdeelstekkers."
Mijn verhaal gaat als volgt...
In mijn moeders buik hoor ik de arts nog zeggen: "Nou mevrouwtje, voor 99% ben ik zeker dat u een tweeling zult krijgen!"
Ik heb me rot gezocht naar m'n broertje of zusje in de baarmoeder, maar volgens mij lag ik gewoon alleen. Ik heb nog geschopt, geborreld en met klotsgeluiden getracht de arts op andere gedachten te brengen, maar het mocht niet helpen. En alhoewel mijn ouders een tweeling verwachtten, werd ik dus gewoon in m'n eentje geboren en ze noemden mij Erik, met als doopnaam Hendrik. Ik werd vernoemd naar opa Henk, de vader van mijn vader. Later hoorde ik dat opa Henk liever had gezien dat ik Henk zou heten, maar hij werd op z'n wenken bediend, want al snel werd mijn neef Henk geboren.
Om mijn ouders toch een beetje tegemoet te komen aan het tweelingenbeeld, at en dronk ik voor twee en groeide ik uit naar
een ruime één meter negentig.
Trouwens m'n 'tweelingnicht' werd die dag ook geboren. Toeval of niet, maar ze heet Erica. Je zou er bijna een complottheorie op loslaten, enfin...
Zo zie je maar weer, 'it's all in the name' en al erg vroeg, zelfs voor de geboorte, is men druk in de weer met het nog ongeboren kind en is het opvoeden, in het hoofd, allang begonnen.
Terwijl ik dit aan het schrijven ben, ik zit bij Klein Profijt, kijk ik uit op een tafel stoere opa's, die als vrijwilligers komen werken. Ze scheppen een beetje op over hun leeftijd en hun 'lieve' kleinkinderen. Ook zij spreken over opvoeden, over regels en hun ideeën over wat wel of niet kan. Zij bekijken de opvoeding vanuit hun opa zijn.
Alles draait om verwachtingen die de opvoeder heeft van het kind, de eigen opvoedbagage en de fysieke omgeving waarin het kind opgroeit. Die verwachtingen beginnen dus al voor de geboorte en die verwachtingen kunnen bepalend zijn voor het welbevinden van het straks geboren kind.
Ik ben geboren: welkom in de wereld van het opvoeden, van het kind zijn, van de verwachtingen. Het feest van de opvoeding is begonnen, tenminste als je gewenst bent. En zelfs als je gewenst bent kan het plotseling toch nog heel anders gaan, zoals bij Hendrikus.

|