10. Een minister van sport?
Erik van der Pol
®

Nog even over die route. Omdat ik nog in de buurt van mijn lagere schoolplaats woon, kom ik nog wel eens langs de looproute van huis naar school. Alhoewel er veel veranderd is, is het binnendoorpaadje, langs heggen en huizen nog steeds in tact. Grappig om te zien en dan lijkt het net alsof je even in de tijd teruggaat. Het paadje komt nog steeds uit op een plein, vroeger het 'enorme' schoolplein.

Het enorme schoolplein
Wat ik vooral nog herinner, is het enorme schoolplein. Als ik tegenwoordig op een schoolplein kom, zie ik helaas dat de ruimte steeds meer beperkt wordt. Portocabins worden er neergezet, een uitbreiding van een lokaal of gemeenschappelijke ruimte, komen toch vaak op een stukje schoolplein terecht. Het schoolplein wordt kleiner.
Daaruit volgt ook vaak dat er wisselende pauzes worden gepland, dat collega's elkaar buiten niet vaak meer tegen komen, behalve in de bouw die dan buiten loopt, maar ook dat buitengym soms niet meer mogelijk is. De ruimte is beperkt en de inrichting bestaat enkel uit een zandbak en enkele speeltoestellen, verder is het vaak een grijze, saaie, tegelvlakte...helaas.
In Zweden lossen ze dat anders op, daar is het schoolplein geïntegreerd in de totale ontwikkeling van het kind: een skatebaan, een klimwand -horizontaal-, dierenhokken, kabelbanen, een groot grasveld, een ronde zithoek van boomstammen, klim en klauterbomen/toestellen...kortom, kinderen hebben inspraak in de inrichting van hun plein en voelen zich verantwoordelijk voor het onderhoud ervan, zowel jong als oud. Regelmatig houden afgevaardigen van iedere groep een vergadering over de inrichting van hun schoolplein. Het schoolplein daagt uit tot bewegen.

Feestje bouwen
Sport op de basisschool is een belangrijk onderdeel van het leren. Ik denk dat sport een goed bijdrage kan zijn aan een sociale en positieve ontwikkeling van een kind. Dat was vroeger zo en is nog steeds zo, alhoewel de sport (gym)tijden steeds meer onder druk komen te staan en de inhoud van het gymuurtje wel flink gewijzigd is.
Sport op school hoort een feestje te zijn: 'we gaan een feestje bouwen zei mijn opleidingsdocent altijd.' Toeval of niet, toen ik deze kolom aan het schrijven was, was J.Cruyff bij Pauw & Witteman als pleiter voor een minister van sport. Zie ook AD sportwereld.

Een sporttoernooi
Terugkijkend naar mijn vroegere lagere school was de inhoud van het bewegingsonderwijs, gym genoemd, vooral gericht op spelletjes en turnen. Turnen om een prestatie neer te zetten, oefening baart kunstbv. een handstand of een koprol en spelletjes om het sociale te benadrukken bv. trefbal. Daarnaast had je altijd nog het schoolvoetbal, schoolkorfbal en het schoolbasketbal. Vooral de bovenbouwgroepen deden daar, in toernooivorm, aan mee.
Reikhalzend keek ik uit naar de dag dat ik ook mocht meedoen. Mijn interesse ging vooral uit naar het schoolvoetbaltoernooi.

 

In die tijd had je nog geen F-jes op de voetbalvereniging en was turnen best wel populair, ook onder jongens. Ik zat op de vereniging KV, Kracht en Vlugheid, samen met mijn broers, maar ik wilde ook graag op de voetbal.

KV

Helaas moest ik nog even wachten, want je had nu eenmaal geen F-jes.

En zo'n schoolvoetbaltoernooi was wel een mooie gelegenheid om de sport beter te leren kennen. Uiteraard was het een beetje afhankelijk van de meester of juf die je had en die het team begeleidde en ook of er van te voren geoefend werd. Zo'n (voetbal)toernooi is nog steeds traditie. Veel scholen doen eraan mee.

Sport op de lagere school was zeker vroeger niet altijd een feestje bouwen. Lijkt er nu meer sprake te zijn van een doorgaande lijn in het bewegingsonderwijs, vroeger gold vooral het recht van de uitblinkers en goede sporters. Gym op de lagere school hield weinig rekening met kinderen die niet goed konden meekomen. Gelukkig is dat nu toch anders (als het goed is), maar ook de meester of juf moet tegenwoordig in de opleiding een aparte minor doen om bevoegd te raken voor het geven van gym op de basisschool.
Jammer dat die opleiding op de PABO niet meer standaard is, want juist bij gym leert een leerkacht goed observeren, managen en organiseren.

Bezuinigingen, ook op het zwemonderwijs, zorgen ervoor dat sport op school helaas steeds minder een feestje bouwen wordt. Een minister van sport is dus zo gek nog niet.

Misschien is het een idee op school via het digibord wat Wii-spellen te doen, gericht op bewegen en fitness, met heel de klas: als tussendoortje of als het regent of om de pauze bewegend te vullen of als beloning voor goede cognitieve activiteiten:
"Jochem, je hebt deze week goede cijfers gehaald, vrijdagmiddag mag jij wii-en."

In de wereld van computergames en tablets lijkt bewegen eerder een must dan een extraatje. De Wii speelt hier handig op in, waarbij ze de doelgroep willen vergroten van kinderen naar ouders en grootouders. Samen een spelletje spelen op de Wii.....iedereen blijft er jong bij.

"Een minister van Sport, gesponsord door Wii, voor een actief en bewegend leven", zo gek is die gedachte nog niet.