Produktonderzoek


De naam zegt het al: hier wordt het resultaat van het onderzoek omgezet in een score. De score geeft bv. het beheersingsniveau aan zoals een A, B, C, D of  E score. Een voorbeeld van productonderzoek is de CITO. Ook de cijfers op het rapport zijn productscores. En ook het aantal fout of het aantal goed in een overhoring is een resultaat, dat wordt om gezet in een productscore, bv. 2 fout is een 8 enz. U kent vast zelf nog wel een aantal voorbeelden uit uw schoolperiode.
Op veel scholen hanteert men de CITO-scores, waarbij de resultaten van uw kind in een overzicht of grafiek worden weergegeven.

Standaardscore
Zo worden de scores op vragenlijsten of een intelligentietest vaak omgezet in een standaardscore. Die standaardscore is een produktscore, waardoor vergelijking mogelijk wordt gemaakt t.o.v. een gemiddelde score of een normscore. Door die standaardscore kun je dan zeggen dat het resultaat positief of negatief afwijkt van de gemiddelde score. De grootte van die afwijking zegt weer iets over achterstand of voorsprong t.o.v. het gemiddelde.
Zo is de gemiddelde score van onderdelen op een intelligentietest 10. Scoort een kind een 11 dan is er sprake van enige voorsprong op dat testonderdeel (vaardigheid)  in vergelijking met leeftijdgenoten.

Didactische leeftijd equivalent (DLE) en Didactische Leeftijd (DL)
Een DLE geeft een score in het aantal maanden onderwijs. Eén schooljaar telt voor 10 maanden onderwijs, tellend vanaf groep 3. Een kind dat halverwege groep 6 zit, heeft dus 35 maanden onderwijs genoten. Men zegt ook wel het kind heeft een didactische leeftijd van 35 (DL is 35).
Zo kan bv. een rekentoets een score van 24 goede antwoorden opleveren. Die score wordt met een tabel omgezet in een dle-score. Bijvoorbeeld 24 antwoorden goed op de rekentoets geeft een dle van 20. Dit betekent dat het kind op deze test presteert op het niveau van 20 maanden onderwijs (=eind groep 4).
Als dat kind 8 maanden in groep 4 zit (dl=18), is er dus sprake van een voorsprong (van 2 maanden), maar zit het kind halverwege groep 5 (dl=25), dan is er sprake van een achterstand (van 5 maanden).

Leerrendement
Een kind dat zich 'gewoon' ontwikkelt, heeft een leerrendement van 100%, dat wil zeggen dat de scores van een toets gelijk oplopen met het aantal maanden genoten onderwijs. De formule hierbij is DLE /  DL * 100%. Met het leerrendement is het mogelijk de ontwikkeling van het leren nauwgezet te volgen t.o.v. de eigen scores. Zo kan een kind achterlopen, maar er blijkt bv. uit het toenemende leerrendement (enkele keren gemeten gedurende de begeleiding) dat het kind achterstand inloopt.

Lisa loopt gelijk, Mart heeft een achterstand en Sima heeft een voorsprong in onderstaande voorbeelden:
 Lisa heeft een DL van 20 (zit eind groep 4) en scoort een DLE van 20 op een toets. Dan is haar leerendement  20 / 20 * 100% = 100%.
 Mart heeft een DL van 30 (zit eind groep 5) en scoort een DLE van 24 op een toets. Dan is zijn leerrendement 24 / 30 * 100% =  80%.
 Sima heeft een DL van  34 (zit 4 maanden in groep 6) en scoort een DLE van 40 op een toets. Dan is haar leerrendement 40 / 34 * 100% = 118%.


vorige pagina: Onderzoek
volgende pagina: Procesonderzoek